De nieuwe blik: Marie Goeminne, Ido Batash & Mouna Laroussi

12 november 2015

Moving Futures Festival
1 november 2015
Triple bill: Marie Goeminne / Ido Batash / Mouna Laroussi
Gezien: 1 november, Dansateliers Rotterdam
Tekst: Lotte Oosterbroek
Beeld: Cheyenne Dekeyser

De nieuwe blik

Een poëtische monoloog
We beginnen bij het begin en starten met Lostbox van Marie Goemine. Voor ons zien we een rug, naakt, beschenen door een enkele schijnwerper. De rug staat op zijn kop, achterstevoren. Het heeft geen hoofd, geen armen en geen benen. Echt vlees. De rug wordt gekaderd. De rug bevindt zich in een houten doos en kijkt ons aan. Het is doodstil in de zaal. Plop! Er gaat een lampje aan en de rug spreekt. Er verschijnt een tekstvak met het woord ‘Jij’. Plop! Het volgende woord verschijnt. Het vraagt ons dichterbij te komen. We zitten huid op huid. Vooralsnog staat de rug stil en beweegt niet. Rust daar op zijn schouders. De overheadprojector plopt verder en voedt ons met flarden tekst. Opeens zien we daar een hand verschijnen, die zijn weg naar buiten zoekt. De rand van de doos nieuwsgierig aftastend. Het kader waarnaar we de hele tijd zaten te kijken wordt uitvergroot. Ineens wordt het schaduwspel op de achterste muur duidelijk. Door het lichtgebruik zien we daar het silhouet van de box geprojecteerd met die onderzoekende hand. Het is een absurdistisch beeld dat mij aan het lachen maakt. Met de blik weer gericht op de rug, heeft het nu armen gekregen én handen én vingers. Alsof het tot leven komt. Er klinkt nu ook muziek. Terwijl het woord ‘vingers’ getoond wordt op de rug, grijpen de handen het vlees vast en trekken eraan. Alsof ze de woorden daadkracht bij moeten zetten. Alsof het woord alleen niet meer genoeg is. En dan is de voorstelling afgelopen. Er gaat een zwarte doek over de box heen en een paar minuten later rolt de rug de doos uit. Gekleed in een roze jurkje, behoort de rug ineens tot een compleet lichaam toe, dat van danseres Maaike van de Westeringh. De box wordt opgetild door de technici en aan de kant geschoven. Het is nu de beurt aan Ido Batash.

free builders Cheyenne Dekeyser

Georganiseerde beestenboel
Twee paar groene en twee paar rode sokken staan op het podium. Ze behoren toe aan Ido Batash en Evelyne Rossie, de dansers uit The Free Builders. Ze staan voor ons en stoten rare klanken uit hun keel. Het lijkt erop alsof ze een gesprek met elkaar aan het voeren zijn. Maar het kan ook net zo goed niet zo zijn. Hun gedrag heeft verdacht veel weg van de achteloosheid van een spelend kind, helemaal opgenomen door zijn eigen fantasierijke wereld. Het ene moment galopperen ze als paardjes en het andere moment trompetteren ze als olifanten door de zaal. Her en der wordt er nog een sprong in gegooid die refereert aan ballet. Het heeft een heel zwaar mime karakter. De bewegingen zijn sterk overdreven waarbij er continu provocerend naar het publiek gekeken wordt. Ineens trekt Ido in slow motion een elektrisch scheerapparaat uit zijn broekzak en legt het op de grond. Vervolgens haalt Evelyne, ook in slow motion, een vlaggetje gemaakt van grijs tape uit haar broekzak. Ze geeft het vlaggetje aan Ido die het voorzichtig op het scheerapparaat plant en deze aanzet. Wacht even? Zijn wij nu getuige van de reënscenering van die wereldberoemde oorlogsfoto, waarbij Amerikaanse soldaten hun vlag planten op Iwo Jima? Een iconisch beeld. Wat volgt is een spel. Terwijl de voorstelling vordert, worden kleren aan- en uitgetrokken. Op een gegeven moment dragen ze niet meer dan hun ondergoed. Evelyne loopt nog rond met een overgebleven rode sok om haar kuit heen geknoopt. Kleren zijn binnen deze voorstelling voor multifunctioneel gebruik. De hemdjes die de dansers aan hadden, worden op ingenieuze wijze om het hoofd geknoopt en ineens dragen ze een nikab. Hiermee komen ze onheilspellend, op hun tenen, frunnikend aan elkaar, op ons aflopen, terwijl ze met elkaar in een ondefinieerbare taal spreken. Maar hoe snel deze scène ook ontstaat, met dezelfde snelheid verdwijnt hij ook weer in de chaos. De hele voorstelling horen we de harmonieuze klanken van Franz Liszt. Een klassiek stuk wat weg walst met her en der heel subtiele strijkmomenten. Het creëert een enorme tegenstrijdigheid, een clash van stijlen, waardoor je extra gedwongen wordt te kijken naar wat ze aan het doen zijn én hierover na te denken.

In de klem
Voor de voorstelling Haschoema van Mouna Laroussi moeten we naar een andere studio. Daar aangekomen worden we van te voren gewaarschuwd dat we voorzichtig om alle lichten heen moeten lopen. Het is van essentieel belang dat ze zo blijven liggen als ze liggen. Als de voorstelling begint wordt duidelijk waarom. Er is een lichtspel gecreëerd met duidelijk afgebakende blokken licht. Eén  die duidelijk gestructureerd is en heel nauwkeurig vormgegeven. Ondanks het feit dat de studio helemaal afgesloten is van elke vorm van daglicht (en het inmiddels ook al avond is) lijkt het alsof een herfstig, laaghangend zonnetje de studio verlicht. Het legt een warme gloed over de zaal. Haschoema wordt gedanst door twee vrouwelijke dansers, die beide een zwart broekpak met korte pijpen aan hebben. Het zwart steekt af tegen de warme lichtgloed in de zaal. Het broekpak is zonder mouwen en loopt helemaal tot aan de kin door, waardoor hun bovenlichamen bedekt zijn. Echter, bij één van de dansers krijgen we een stukje huid te zien. Daarbij is de rug helemaal opengewerkt. Dit komt goed tot uiting, wanneer deze danseres op haar knieën op de grond zit in een van de grootste en sterkste lichtbundels. Alsof bij gratie van het licht wij haar mogen aanschouwen. Haar gezicht is van het publiek afgedraaid en ze leunt voorover gebogen op haar handen. Haar rug is open en bloot naar ons gericht. Ze zakt om en om licht door haar armen heen. Hierdoor krijgen we een knokig schouwspel van schouders te zien. Het zijn deze strakke, repetitieve bewegingen die de voorstelling typeren, waarbij wij als publiek vrijwel niet worden aangekeken. De dansers hebben of hun blik op de grond gericht of schreeuwen hopeloos in het luchtledige richting het plafond. Af en toe wordt een licht verplaatst en verandert zo het pad van de lichtbundels. Een beklemmend gevoel maakt zich van mij meester. Want het zijn deze lichtbundels die de speelvlakken van de twee vrouwen bepalen en de ruimte om zich kenbaar te maken. Ze zijn gebonden aan de patronen van het licht, die hen hun ademruimte geeft. Hier is een meester in vermomming aan het werk. Want wie controleert die lichtbundels die zich voordoen als warme zonnestralen?