De verborgen choreografie van Loïc Perela

8 november 2015

Met dansers als repetitie heel veel hamburgers en patat eten en dan uiteindelijk een voorstelling maken waarin niets anders bestaat dan de lichamen van de dansers die steeds om elkaar heen draaien. Choreograaf Loïc Perela (1983) zoekt de grenzen op als hij aan het maken is. “Het lichaam is zo’n mooie machine, het heeft zoveel rijkdom in zich. Het fascineert me waar het lichaam allemaal drager van kan zijn.”

Tekst: Lotte Wijers
Foto: Charlotte Brand

SENSES 4-loic perela - photo Charlotte Brand

In zijn werk zoekt Perela naar de lichamelijkheid van ons bestaan. Dit jaar maakte hij de voorstelling Senses, waarin hij de zintuigen van de mens onderzoekt. Wat als we volledig in contact staan met al onze zintuigen? Perela zag in dat je moet vertragen om er bewust van te kunnen zijn hoe je de omgeving waarneemt. Hoe je iets hoort of proeft. Om zo dicht bij de mogelijkheden van het lichaam te kunnen komen. “Achter onze sociale, culturele en intellectuele constructies, ben ik geïnteresseerd in een onderliggend gevoel. Het gevoel te leven, mens te zijn, te bestaan. Het is dit gevoel dat ik op wil roepen met dans. Ik streef ernaar om de toeschouwer tot zijn kern of essentie te laten komen; onze zintuigen als element te nemen dat ons verbindt als mensen.”

Mens-zijn
Perela werkt altijd vanuit een vraag of een conflict. Wat is dans? Wat is angst? Hoe kan het lichaam krachtig en breekbaar tegelijkertijd zijn? Vanuit dit soort vragen begint hij met onderzoeken en het genereren van dansmateriaal. “Ik neem de wereld om me heen als uitgangspunt en abstraheer zaken die mij opvallen dan voor een choreografie. Bijvoorbeeld in Applause, waarin vijftienjarige performers continu op hun telefoon kijken. Ik wilde daarmee niet een oordeel vellen over social media, maar wel de vraag opwerpen of we geïnspireerd raken door mode en media of dat we vooral bezig zijn met welk beeld we van onszelf willen opvoeren. De letterlijkheden -zoals hier technologieën – zijn symptomen van ons gedrag als mens, maar dat is niet wat ik wil laten zien. Het gaat erom een contructieve manier te vinden om beweging en uiteindelijk een ervaring van het mens-zijn te genereren in de ruimte.”

Mooie machine
Perela’s werk is niet vertellend of duidend. Hij werkt met de dansers tijdens het maken van de voorstelling vaak met dagelijkse, concrete handelingen. Voor Senses is in de repetitie bijvoorbeeld geëxperimenteerd met het snel eten van grote hoeveelheden junkfood. Wat doet dit met het lichaam, wat voel je dan? “Dit soort onderzoek naar de lichamelijke ervaring levert een hoop op voor de voorstelling. De dansers hebben gezamenlijk een groot bewustzijn van hun zintuigen ontwikkeld. Hoewel je er uiteindelijk niets van terugziet in de voorstelling, zit het als het ware in het DNA van de voorstelling. Ik geloof sterk in het belang van het maakproces, dat ook al zet ik het niet op het toneel, het proces er toch nog is in de geest van de dansers, in de geschiedenis van de lichamen. Het lichaam is zo’n mooie machine, het heeft zoveel rijkdom in zich. Het fascineert me waar het lichaam allemaal drager van kan zijn.”

Voor Perela gaat het niet zozeer om wat de choreografie is, en al helemaal niet om de dansstijl of vorm, maar wat de choreografie doet met diegene die ernaar kijkt. “Om zoiets te kunnen bereiken moet het stuk heel precies vervaardigd worden. Ik let bijvoorbeeld sterk op hoe ik de ervaring van tijd kan sturen en speel graag met het oprekken of ombuigen van de tijd. Maar ik wil nadrukkelijk niet dat je als toeschouwer ziet hoe het stuk gemaakt is, of dat je naar de constructie kijkt. Het stuk moet juist voelbaar zijn. Dit noem ik ‘verborgen choreografie’.” Voor Perela gaat het bij dans dan ook om het voelen van het werk, meer dan het kijken. “Als je naar een werk van een andere kunstvorm kijkt, voel je ook. Bijvoorbeeld bij een boek of schilderij. Maar misschien werkt dat via je verbeelding of je intellect. Ik vraag me af of er bij dans sprake is van een direct gevoelde ervaring. Ik ben benieuwd of het lichaam een spiegelend effect heeft, en een gevoel van verbinding of empathie kan oproepen.”

Stimuleren en voeden
Perela zou niet willen dat het publiek passief zit te kijken. Hij wenst echter ook niet dat de toeschouwer verteld wordt hoe ergens naar te kijken. “Ik hoop dat mijn werk iets losmaakt in de toeschouwer. Ik wil hem betrekken bij de voorstelling, zonder hem bij de hand te nemen. Met mijn choreogafie streef ik ernaar dat de toeschouwer bewust wordt van zijn eigen ervaring of eigen lichaam. Wat ik echter absoluut niet wil is de kijker een bepaalde ervaring opleggen, omdat er in onze maatschappij al zo vaak wordt gezegd wat we moeten denken, vinden of voelen. Als er iets is dat ik vermijd, dan is het oordelen. Het liefst maak ik een voorstelling die de toeschouwer onderdompelt, maar wel nog ruimte laat om er zelf bij te ervaren of te voelen. Het gaat erom om de toeschouwer vrijheid te geven. Kunst die je stimuleert en voedt, waar je zelf positie in kan nemen en waar je dus zelf ook iets ‘doet’, dat is waar ik naar streef. Noem het een vorm van emancipatie.”