Een gesprek over tijd en dans met Jasper van Luijk

5 november 2015

Yonder van Jasper van Luijk ging afgelopen vrijdag 30 oktober in première en is “een choreografie over de onoverkomelijke relatie tussen mens en tijd”. Tijd, zo geeft Jasper toe, is en blijft een ongrijpbaar aspect. Dat fascineert hem en daarom heeft hij besloten om er een jaar onderzoek aan te wijden. Hoe en op welke verschillende manieren kun je tijd ervaren en hoe ligt de relatie tussen performer en publiek als het gaat om de beleving van tijd? Yonder is de eerste van drie choreografieën die in het teken staan van dit onderzoek. “Het is niet dat ik een conclusie over tijd wil aangeven aan het publiek, want daarvoor is het veel te ongrijpbaar voor mij. Ik heb geprobeerd verschillende facetten vorm te geven.”

Tekst: Evelien van de Sanden
Foto: Mennno van der Meulen


Yonder foto Menno van der Meulen 1

Cycli en tijdssprongen
De meest gebruikte manier waarop we ‘tijd’ kennen is de meetbare manier: jaren, dagen, uren, seconden. Dit hebben we ook nodig om ons leven structuur te geven, meent Jasper. “Maar wat als je dat uit elkaar zou trekken. Misschien kunnen wij niet bepalen wat het begin en het einde van iets is. Wat als je tijd zou zien als cycli?” Hiermee doelt hij op een cyclus zoals de seizoenen en dat wanneer iets sterft, het weer voedsel is voor iets of iemand anders om van te leven. Dit zijn twee manieren om naar tijd te kijken, die Jasper de lineaire tijd (uren, dagen) en de circulaire tijd (cycli) noemt. Behalve deze twee gebruikt hij nog een andere belevingen van tijd wat hij gefragmenteerde tijd noemt: “Gefragmenteerde tijd heeft voor mij te maken met wat je meemaakt en wat je niet meemaakt.”  Het is de benaming van sprongen in je tijdsbeleving, zoals een déjà vu, jetlag, black-out of het gevoel dat het al 11 uur zou moeten zijn, terwijl het nog maar 8 uur is, of andersom. “Eigenlijk zijn het die drie belevingen van tijd, en daarin altijd een cyclus van geboorte en sterven, of een gevecht daartussen, wat we proberen neer te zetten.” Deze drie vormen van tijdsbeleving zet Jasper in Yonder dus in relatie met een bepaalde tijdsspanne van één mens: van geboren worden, groeien en sterven. Hierdoor benadrukt hij ook het menselijke van het ongrijpbare aspect ‘tijd’.

Vertrouwen en keuzevrijheid
Tot zover de theorie en achtergrond. Hoe  is Jasper hier nu mee aan de slag gegaan? “Ik schrijf een concept en dan vraag ik aan mijn danser Jefta: vind je dit interessant en kun je hier iets mee? En hij ging hier gelijk in mee.” Het repetitieproces is altijd een samenwerking, vindt Jasper, tussen hem en zijn danser(s). Hij vindt het daarom belangrijk dat er een goede vertrouwensband is tussen hem en zijn danser(s) en laat ze veel vrij om zelf in te vullen. “Ik ben de laatste twee jaar op zoek naar welke keuzes je als danser maakt binnen het materiaal: hoeveel vrijheid en ruimte kun je opzoeken als performer in timing, energie, introvert/extrovert. Wel trouw blijven aan de bedoeling van het werk, maar daarbinnen als performer het actuele moment erkennen en zeggen: wat ga ik doen om mezelf te verrassen terwijl ik perform, in plaats van doen wat ik moet doen.” Bijvoorbeeld voor de openingsscène van Yonder. In deze scène maakt Jefta een bepaalde ontwikkeling door, hij groeit van ontwaken/geboren worden tot volwassen/rechtop staand, waarvoor hij het licht en de muziek gebruikt. De aspecten van deze scène staan vast, maar de exacte bewegingen en tijd die Jefta nodig heeft om deze ontwikkeling zo eerlijk mogelijk te doorgaan, en hierin het publiek mee te nemen, is aan hem. Daardoor zal de scène de ene keer negen minuten duren en de andere keer elf. Voor Jasper is het belangrijkste dat hij het publiek mee kan nemen in zijn beleving.

Vrijelijk associëren
Dit gegeven, waarin hij dansers zelf in het moment keuzes laat maken, gebruikt Jasper voor veel van zijn voorstellingen. Het beoogde effect is dat het nooit een enkel herhalend werk wordt, maar het spannend blijft voor de danser(s) en hemzelf. Want, geeft Jasper aan, het is misschien niet mogelijk om tijd te manipuleren, maar het is wel mogelijk om keuzes te maken over wat je met je tijd doet en hoe je het beleefd: “Vaak leef je maar gewoon een beetje. Je wekker gaat en je moet wat op die dag. Zonder bewust te zijn. Ik geloof niet dat je tijd kan manipuleren maar je kunt wel jezelf manipuleren ten opzichte van de tijd die je beleeft of de tijd waarin je bepaalde keuzes kunt maken.” En dat laatste is voor performers erg interessant, vind Jasper. “Je kunt dan elke keer heel actueel keuzes maken die je niet meer kunt terug nemen en die je wel deelt met het publiek.” Wat voor Jasper nieuw is aan deze choreografie, in vergelijking met zijn vorige werk, is dat hij de blik van de kijker niet te veel wil sturen. “Het eerste wat je moet doen als je het hebt over tijd, is de mensen de tijd te geven om in de beleving te komen. Om een studie naar detail te doen of te kijken: wie is die performer, kan ik daarbij?”, zegt Jasper. Door het publiek een langer moment te geven om te wennen aan bepaalde scènes, laat hij ze vrijelijk associëren en kennis maken met de verschillende facetten van tijd. Hij wil daarin ook niet vertellen wat zijn visie is, maar het publiek meenemen in de verschillende fases van de tijdsbeleving van de danser.

Ruimtelijke tijd
Tijd krijgt in het werk van Jasper ook een duidelijke ruimtelijke vorm. In Yonder is dat voornamelijk door het gebruik van licht op en rond het lichaam van de naakte danser. De invulling van de ruimte bestaat uit een stuk of zes lampen die hangen aan lange draden, waardoor Jefta ze zelf in beweging kan brengen. “Als je drie lampen een zwengel geeft in de ruimte en je ziet de lichten verplaatsen en zoeken, dan krijg je een hele andere notie van tijd. Je kunt met de hardheid of zachtheid van het lichaam in combinatie met licht en geluid mensen laten schakelen naar een andere tijdsbeleving”, vertelt Jasper. In zijn aankomende werk, deel twee en drie van het onderzoek, wil hij dit verder gaan uitwerken, door ook de relatie tussen tijd, dans en technologie te bevragen.