Work in dialogue – Een workshop en college in één

20 november 2015

Wat is postmoderne dans en hoe ervaren wij dat? Dit is de vraag die centraal staat tijdens de workshop The Work in dialogue op vrijdag 13 november in de salon van de Stadsschouwburg Amsterdam. Zeynep Gündüz en Sanne Wichmann leiden deze workshop waarin ze theorie en praktijk combineren. Het doel is om de hedendaagse dans, en specifieker de choreografieën van de jonge makers die geprogrammeerd zijn tijdens Moving Futures festival, te bespreken en begrijpen.

Tekst: Evelien van de Sanden

Verschillende Sylphides
De workshop begint gelijk met een opdracht. We moeten rondlopen door de kleine ruimte en wijzen naar opvallende elementen. Hierdoor zijn we gelijk scherp en in actie gezet. Vervolgens worden er op projectieschermen twee versies van Les Sylphides getoond: de originele van Michel Fokine en de versie van Nicole Beutler uit 2007. Wat is het verschil? Welke elementen zijn daarin belangrijk? Met elkaar bespreken we de kleding (balletjurk versus gewone kleding), de dansrichting van de dansers (frontaal versus rondom),  de plaatsing en participatie van het publiek (afstand tussen podium en stoelen versus leunen op publiek voor draaien bijvoorbeeld). Vanuit daar spreken we al snel over het verschil tussen ballet en moderne dans, namelijk dat een balletdanser licht als een veertje moet lijken terwijl de moderne danser ook zwaartekracht mag voelen en mag zweten.

Aristoteles versus Lehmann
Vanuit deze verschillende versies van Les Sylphides maakt Zeynep het bruggetje naar de theorie van Hans Thies Lehmann genaamd ‘postdramatisch theater’. Dit is theater waarbij de regels van Aristoteles betreffende de tragedie, het drama, niet meer gelden. Bijvoorbeeld een werk zonder duidelijk verhaallijn met begin, midden en eind en geen verdeling in karakters die op een logische wijze ontwikkelen. Deze theorie van Lehmann is op dit moment nog altijd een belangrijke leidraad voor hoe we naar alles in het theater kijken, volgens Zeynep. Het geeft makers een heleboel vrijheid, bijvoorbeeld om het publiek te erkennen in plaats van de bekende vierde wand, en ze ook te gebruiken in hun werk, zoals Nicole Beutler doet door een danser op iemand in het publiek te laten leunen tijdens de dans.

En… actie
Voordat we een praktische opdracht krijgen om hiermee aan de slag te gaan, kijken we naar Boy o boy 2 van Connor Schumacher en Deu$/ex\m4chin4 van Fernando Belfiore. Beide makers staan geprogrammeerd tijdens Moving Futures festival dit jaar. We kijken naar de aspecten betekenis (van spullen en gebaren/gewoontes), tijd en publieksparticipatie. Hoe gebruikt Schumacher de associaties van klassiek ballet in dit werk? Hoe wordt de mobiele stofzuiger in het werk van Belfiore ingezet en wat betekent dat? Vervolgens is het tijd voor wat actie. Sanne geeft ons de opdracht om onze naam en een gevoel in te vullen in de zin “My name is… and I feel …” en er een korte beweging of frase bij te bedenken. Dit gaan we vervolgens voor elkaar opvoeren, maar met kleine aantekeningen van Sanne erbij. Bijvoorbeeld drie tegelijkertijd terwijl ze verspreid door de ruimte staan of specifiek gericht naar iemand anders van de groep of terwijl ze naar het publiek toe of van het publiek weg lopen. Wat doen die verschillende aantekeningen met de perceptie van de beweging en de zin? Wanneer raakt het je meer of voel je je ongemakkelijk?

Hoe wij dans ervaren
Door deze opdracht en de vragen eromheen, ontstaat er een levendig gesprek over de voorwaarden voor dans om je te raken. Is het al intiem als een danser dichtbij staat of is daar meer voor nodig? Kunnen wij, nu we zo gewend zijn om via een scherm iets te zien, een groot werk waarbij de vierde wand actief is, zoals het Zwanenmeer, nog als ‘live’ zien? Of kijken we daarnaar zoals naar de televisie? Wat is eigenlijk de essentie van het verschil tussen ‘live’ kijken en via een camera? En als we spreken over je intiem en/of ongemakkelijk voelen, hoe belangrijk is het dan dat je weet dat het een danser/performer is? Wat is er nodig om een publiek mee te laten doen? Moet je sterk aangestuurd worden of juist vrijgelaten om de keuze zelf te kunnen maken?

Postdramatisch gesprek
Helaas loopt de workshop na vijf kwartier af, want er zijn nog veel aspecten waar we langer over hadden kunnen praten en/of uit te proberen op de vloer. Binnen die vijf kwartier hebben we zelf ervaren hoe het voelt om op te treden in verschillende vormen en onze ervaringen daarvan als publiek met elkaar te kunnen delen en bevragen. Dit alles met de theorie van postdramatisch theater in ons achterhoofd.