Ironische distantie – Dans&Durf Ontmoeting 3

22 maart 2019

Connor Schumacher – Exhibition, copyright Robert Benschop


Door: Anna van der Kruis

Drie keer is scheepsrecht. We zitten in de kleine zaal van Theater Kikker, in Utrecht, mijn eigen stad en we beginnen elkaar te leren kennen. Dat leidt voor alle schrijvers tot een spannend gesprek.

Bijvoorbeeld voor filosoof Arthur uit Tilburg. Ik hou van zijn niet-verontschuldigende manier van schrijven, lees zijn eerste versies met plezier. Zijn eerste bijdrage ging over Exhibition, van Connor Schumacher, waarin hij het heeft over non-contact. Dat doet hij via de snor. Voor hem het ultieme voorbeeld van ironische distantie. Hij schreef:

Om mijzelf belachelijk te maken, laat ik tijdens het scheren wel eens mijn snor staan. Die laat ik dan bij wijze van schrikeffect aan mijn vriendin zien.

Ik vind dat grappig. Ik ben geen man, dus ik kan niet op die manier met mijn eigen voorkomen experimenteren. Maar eerlijk gezegd, ben ik daar best een beetje jaloers op. Daarna schreef hij:

Toen ik nog geen vriendin had maakte ik in plaats daarvan met mijn telefoon een foto van mijn snor en zette die op Facebook. Als iemand dan dacht dat ik een nepsnor had opgeplakt, vond ik dat natuurlijk geweldig.

Een heerlijke ontboezeming. Arthur vindt zichzelf niet sexy als hij zijn snor laat staan. Die informatie geeft hij niet zomaar, het heeft alles met zijn lezing van de voorstelling te maken. Met hoe hij wat hij op het podium gezien heeft, achteraf, begint te begrijpen. Lees maar:

Dit alles laat volgens mij overigens vooral zien hoe iedere man met de behoefte om soms een snor te dragen (ik weet zeker dat ik niet de enige ben), eigenlijk de behoefte heeft om soms even niet seksueel te zijn.

De snor haalde de tweede versie. Maar Arthur verontschuldigde zich in die versie wel. We hadden er een interessant gesprek over. Wat doen we, met de feedback die we elkaar geven? Worden onze teksten er eigenlijk beter van, als we de foutjes eruit willen halen? Als we ons bewust worden van de blik van een ander?

Arthur schrijft over herinneren, over liefde en relaties die stuklopen. Dat is persoonlijk. Ik citeer:

Hoe de onvermijdelijke gewoonheid van het dagelijks leven een gat slaat in ons geluk, hoe de voorspelbaarheid van de ander een frustratie werd, hoe ons terugverlangen naar die eerste versmelting uiteindelijk ingehaald wordt door realiteitszin. Dat we ontdekken dat we niet bij elkaar passen en dat we allebei op onze eigen manier verder moeten zoeken naar het grote filosofische wat-dan-wel.

Hij schrijft dat hij zich mooie dingen wil herinneren van voorbije relaties. Of toch op zijn minst een poëtisch verslag van hoe die relatie uit elkaar viel. Maar dat is niet wat hij zich in werkelijkheid herinnert. Dit zijn niet de details, die hij onthoudt. Hij eindigt met:

En nu zie ik niets anders meer. Handen die elkaar plagerig wegslaan, hoe kon ik ooit denken dat dit liefde was?

Gaat dit over de voorstelling? Over Exhibition? Over Connor Schumacher, de danser en choreograaf? Over de schrijver? Of gaat het, als ik het lees, uiteindelijk over mij? Dat gevoel had ik. Dat het over mij persoonlijk ging. En, laat ik eerlijk zijn, daar ben ik naar op zoek.

Ik lees niet graag over een voorstelling waar ik niet bij was, in woorden van iemand die ik niet ken. De schrijver verliest me met abstracte woorden als: oordeel, begrip of betekenis. Vertwijfelde toevoegingen als: kennelijk, eerlijk gezegd en misschien. Intieme ontboezemingen daarentegen, net als het grote filosofische wat-dan-wel: daar mag je me voor wakker maken.

Net als voor het oog van detail van schrijven en (eind)redacteur Laure uit Dordrecht:

Langzaam hopen de mensen zich op voor de deuren die over niet al te lange tijd toegang zullen geven tot de zes of acht trappen die beklommen moeten worden naar de Krijn Boon Studio. Daar zal de dansvoorstelling Emotional Porn – Exhibition of the Self plaatsvinden. Sommigen zijn zo slim alvast rechts voor te sorteren. Daar is een klein liftje dat hooguit vijftien mensen tegelijk kan vervoeren. Onder de wachtenden een dame op leeftijd met een zwart linnen tasje om haar schouder. ‘Het ergste moet nog komen’ staat er in witte letters op te lezen. Een citaat van Arthur Schopenhauer. Ook dat vermeldt het tasje. 

Of de brief aan overbuurman Ton, eveneens over Exhibition van Connor Schumacher, geschreven door de in Tilburg gevestigde actrice Annemieke:

Ton, ik denk dat jij denkt dat ik een linkse hobby huppelactrice ben. Een zweverig type dat alleen maar naar hele vage kunstdingen gaat. Is dat zo? Want ik hou niet van vage kunstdingen.(…)

Ik probeer de laatste tijd mij kwetsbaarder op te stellen, maar ik ben zo teringtyfus bang voor mensen. Voor wat de ander denkt over mij. Die angst voor de ander voelde ik ook in de voorstelling. (…)

Of het nu waar is of niet. Het zegt dat we allemaal huidhonger hebben. Toch? Ken jij dat woord? Dat je heel graag wilt dat iemand je aanraakt? Geliefde, vriend of familie, dat maakt niet uit. Maar dat het tering moeilijk is. Dat zei die danser nog in de voorstelling. Die vertelde dat zijn zus was overleden. Oh! Misschien dat hij daardoor zo op zoek was naar liefde. Iemand die hem even vastpakte. Maar ja, die andere danser was zo bezig met háár pijn. Dus die leek even niet bezig met hém. En zo bleven ze allebei alleen. Sucking for Love. (…)

Daar ging die voorstelling voor mij over. Denk ik. Maar dat weet ik niet helemaal zeker.

We zijn op de helft. Het is lente. Op dit moment wordt er geschreven over de voorstellingen op de Moving Futures maandag in Utrecht. Een selectie van dat werk publiceren we in april. En in mei ontmoeten we elkaar voor de vierde keer, tijdens Moving Futures Tilburg.