Wat schuurt en wat raakt – Dans & Durf – Ontmoeting 6

18 juni 2019

Tekst: Anna van der Kruis.

Moving Futures Amsterdam op 23 mei 2019.

We komen vandaag in Theater Bellevue voor het laatst bij elkaar. We sluiten af. Op hun eigen manier hebben alle deelnemers het over dat ene moment, waar je ja tegen zegt. Het verlangen geraakt te worden, zoals je geraakt werd toen je voor het eerst een voorstelling zag, die je alleen intuïtief hebt begrepen.

Arthur schreef daartoe een essay van 3000 woorden. Over eenzaamheid in Berlijn. En duistere metalbandjes kijken in duistere uitgaansgelegenheden als tegengif. Ik citeer: ‘Als je niet eenzaam wilt zijn, maar je ook op ieder moment, iedere seconde, bij iedere gewaarwording, eenzaam wilt voelen, dan raad ik je dit aan.’

Over The Big Lebowski als enige dansreferentie. Gekke bewegingen in lubberend ondergoed, op een keukenstoel. Tegenover dansen als wiskunde, de logica van verstilling. Arthur omschrijft het als het gevoel ingewijd te zijn in een geheim, iets te zien dat volkomen geslaagd is en zuiver: bevrijdend.

Lorelinde zoekt een tunneltje. Een manier om in haar teksten een overgang te kunnen maken. Tussen binnen en buiten. Tussen zichtbaar en onzichtbaar. Haarzelf en de ander. Ze wil deze overgang niet in taal benoemen of expliciet maken in typografie. Dat doet geen recht aan haar gevoel, aan hoe subtiel de ervaring is.

Ik raak gefrustreerd. Omdat ze mijn hulp vraagt en deze tegelijkertijd niet aan wil nemen. “Ja,” zegt ze. “Ik geloof dat ik iets gevonden heb dat ik wil beschermen.” En: “Het zou kunnen dat ik gewoon nog niet toe ben aan commentaar.”

Annemieke heeft een podcast opgenomen. Daarmee heft ze haar grootste schrijfprobleem op. Haar specifieke stem die zo intiem en associatief is, grappig en soms een beetje grof, is namelijk ook vaak grammaticaal onjuist. Annemieke schrijft spreektaal. Als zij herschrijft, herziet ze haar manier van denken en censureert daarmee zichzelf. De tekst verliest daarmee iets wezenlijks. Bij het luisteren is haar manier van formuleren en organiseren een meerwaarde. Wij mogen dichtbij komen. Ons aan haar woorden overgeven.

Voor we uit elkaar gaan, maken we een foto van de groep. Niet zoals hij compleet is, maar zoals hij vandaag is. Lisa en ik pakken de Moving-merchandise uit de verzwaarde voeten op het terras. Twee manshoge vlaggen, die we als vaandels links en rechts van de deelnemers omhooghouden.

Vanaf het terras worden we nauwlettend in de gaten gehouden door een groepje bejaarde dames aan de borrel. Al snel nemen zij de regie over en beginnen aanwijzingen te roepen. De vlaggen zijn in spiegelbeeld. We moeten ze omdraaien.

Ik word vrolijk van de foto en post hem die avond in ons besloten Facebookgoepje. Annemieke schrijft, twee weken later: ‘Wat een rommeltje!’ Ik schrijf terug: ‘Ik ben dol op rommeltjes.’

Daar zit wat schuurt en wat ons raakt, wat ons kwetsbaar maakt en per ongeluk geniaal. Ik voel me bevoorrecht, dat ik deze mensen mocht ontmoeten. Dat niet iedereen altijd wist wat hij aan het doen was. Dat dat oké is, bij DansBrabant en het Domein voor Kunstkritiek. Omdat het dit zoeken is, waar we ruimte voor maken, waar we tot nieuwe inzichten komen.